1. Home
  2. Waar je mee bezig bent
  3. Reparatie en vervangen
  4. Lakstift auto gebruiken zonder kleurverschil: zo werk je steenslag netjes bij
Lakstift auto gebruiken zonder kleurverschil: zo werk je steenslag netjes bij

Lakstift auto gebruiken zonder kleurverschil: zo werk je steenslag netjes bij

7 min lezen

Na het wassen zie je ze ineens overal: kleine witte puntjes op de motorkap, randjes van de deuren of de neus van de auto. Vaak is het steenslag. Op het eerste gezicht onschuldig, maar zodra de lak echt open is, kan vocht erbij komen en begint roest zijn werk te doen. Juist dan is een lakstift handig, zolang je niet probeert om het in één snelle veeg “op te lossen”.

Voor kleine lakschade werkt zo’n stift prima. Voorwaarde is wel dat je netjes voorbereidt, de juiste kleurcode gebruikt en in dunne lagen werkt. De meeste missers ontstaan niet door slechte lak, maar door haast, te dikke druppels of een vuile ondergrond.

Wanneer een lakstift zin heeft

Een lakstift is bedoeld voor kleine beschadigingen in de autolak. Denk aan:

  • steenslag
  • kleine krasjes
  • plekjes waar de lak is afgebroken
  • beginnende roestpuntjes na goede voorbehandeling

Vooral bij kleine putjes werkt het goed. Steenslag herken je meestal aan ronde of onregelmatige puntjes, vaak op de motorkap, bumper, spiegelkappen of voorzijde van het dak. Een kras loopt meestal meer in een lijn, bijvoorbeeld door een sleutel, tas, winkelwagen of lichte parkeerschade.

Bij grotere schadevlakken, diepe krassen of gescheurd kunststof is een stift meestal niet de beste oplossing. Dan kom je eerder uit bij spotrepair of spuitwerk.

Waarom kleurverschil of bobbels ontstaan

Het grootste risico is niet dat de lak niet hecht, maar dat de reparatie er als een stip bovenop blijft liggen. Dat gebeurt meestal door een paar bekende fouten:

  • de plek niet goed ontvetten
  • werken in volle zon
  • te dikke lagen aanbrengen
  • de kleur niet eerst testen
  • droogtijden overslaan
  • roest insluiten onder de nieuwe lak

Ook de omgeving telt mee. Bijwerken gaat het prettigst in de schaduw, uit de wind en op een droge dag. Een gematigde temperatuur helpt omdat de lak dan rustiger vloeit en je meer controle hebt.

Wat heb je nodig?

Voor het bijwerken van steenslag of kleine lakschade is dit meestal genoeg:

  • lakstift in de juiste kleur
  • blanke lak, als die niet al in de set zit
  • primer voor kaal metaal of diepe beschadigingen
  • ontvetter of siliconenverwijderaar
  • pluisvrije doek of schoon papier
  • fijn schuurpapier of roestverwijderaar
  • microvezeldoek
  • eventueel een mild polijstmiddel

Voor heel kleine putjes werkt een cocktailprikker, tandenstoker of fijn penseeltje vaak preciezer dan het kwastje in de dop. Daarmee kun je de lak echt in de chip leggen zonder de omliggende lak mee te pakken.

Draag handschoenen als je met ontvetter, primer of roestverwijderaar werkt, en zorg voor ventilatie. Open vuur of roken in de buurt is geen goed idee: dit soort middelen zijn vaak brandbaar.

Eerst de juiste kleurcode zoeken

Een nette reparatie begint niet bij het aanbrengen, maar bij de juiste lak. De kleur op kenteken bestellen gaat lang niet altijd goed genoeg. Fabrikanten gebruiken meerdere tintvarianten binnen ogenschijnlijk dezelfde kleur, en veroudering van de bestaande lak speelt ook mee.

De kleurcode vind je vaak:

  • in de deurstijl
  • onder de motorkap
  • in de kofferbak
  • bij of in het onderhoudsboekje
  • soms op een sticker bij het reservewiel

Kom je er niet uit, dan kan een dealer of lakleverancier meestal helpen op basis van chassisnummer of fabrieksgegevens.

Stap voor stap steenslag bijwerken

1. Maak de plek goed schoon

Begin met een visuele controle. Gaat het echt om een klein putje of krasje, of is de schade groter dan gedacht? Kijk ook of je roest ziet.

Maak de plek daarna goed schoon en vetvrij met ontvetter of siliconenverwijderaar. Dat lijkt een simpele stap, maar hier gaat het vaak al mis. Op een vettige of vervuilde ondergrond hecht de lak slechter en wordt kleurverschil sneller zichtbaar.

Werk bij voorkeur op een koele carrosserie, niet direct na een rit of in de volle zon.

2. Controleer op roest

Zie je bruin of donker verkleurd metaal in de beschadiging, dan moet dat eerst weg. Gebruik fijn schuurpapier of een geschikt roestverwijdermiddel en werk voorzichtig tot de losse roest verdwenen is.

Lak over roest heen zetten heeft weinig zin. Dan ziet het er misschien even beter uit, maar de plek komt later gewoon terug.

3. Primer alleen waar nodig

Bij een oppervlakkig steenslagputje dat alleen de blanke lak of kleurlak raakt, is primer niet altijd nodig. Zie je kaal metaal, dan wel. Breng dan een heel dun laagje primer aan, alleen in de beschadiging.

Laat die laag drogen volgens de instructie op het product. De exacte droogtijd verschilt per merk, dus vertrouw niet blind op één vaste tijd voor elk flesje.

4. Lak goed mengen en eerst testen

Schud de lakstift ruim voordat je begint. Meestal hoor je het mengkogeltje dan duidelijk bewegen. Test de kleur daarna op een onopvallende plek, een stukje metaal of stevig wit karton.

Dat klinkt misschien overdreven, maar het voorkomt dat je pas op de auto ontdekt dat de tint net te donker, te licht of te warm is.

5. Breng de kleurlak in dunne lagen aan

Nu komt het precisiewerk. Breng de lak alleen in de beschadiging aan, niet eromheen. Gebruik liever meerdere dunne laagjes dan één dikke druppel.

Bij een klein putje werkt dit vaak het mooist:

  • een minieme hoeveelheid lak op een prikker of fijn penseel
  • de chip rustig vullen
  • even laten drogen
  • zo nodig nog een dun laagje toevoegen

Het is normaal dat je het putje geleidelijk opbouwt. Probeer niet in één keer een perfect vlak resultaat te krijgen. Juist dan krijg je een bobbel.

Laat elke laag tussendoor aandrogen volgens de aanwijzingen van de fabrikant.

6. Werk af met blanke lak

Bij veel moderne autolakken hoort bovenop de kleurlaag nog blanke lak. Die zorgt voor glans en bescherming. Zeker bij metallic en parelmoer is die afwerking meestal nodig om het resultaat logisch te laten aansluiten op de rest van de lak.

Ook hier geldt: dun werken. Een te dikke transparante laag valt net zo goed op als te veel kleur.

7. Laat het rustig uitharden

De plek kan na korte tijd al droog aanvoelen, maar dat is iets anders dan volledig uitgehard. Wacht met wassen, poetsen of polijsten tot de lak echt voldoende hard is. Hoe lang dat duurt, hangt af van product, temperatuur en laagdikte.

Wil je de plek daarna nog heel licht egaliseren of oppoetsen, doe dat pas als de fabrikant aangeeft dat het veilig kan. Te vroeg polijsten trekt de verse lak makkelijk weer open.

Veelgemaakte fouten

Een mislukte reparatie is vaak terug te voeren op een paar klassiekers.

Te veel lak in één keer

Dat lijkt sneller, maar levert meestal een dikke stip op die je van een afstand al ziet zitten.

Geen geduld tussen de lagen

Wie te snel doorgaat, trekt de vorige laag mee of krijgt een doffe, onrustige plek.

Werken op een warme auto

Een hete motorkap of bumper laat lak te snel drogen. Dan vloeit het minder mooi uit.

Roest laten zitten

Nieuwe lak over oude roest is uitstel van het probleem, geen oplossing.

Een te groot schadevlak met een stift willen doen

Een lakstift is voor klein werk. Bij grotere zichtschade wordt het resultaat snel zichtbaar, hoe netjes je ook werkt.

Wanneer zelf bijwerken niet meer de beste keuze is

Soms is professioneel herstel gewoon verstandiger. Bijvoorbeeld bij:

  • diepe krassen tot op metaal of kunststof
  • grotere beschadigde vlakken
  • meerdere chips dicht bij elkaar in een zichtzone
  • gescheurde bumperdelen
  • complexe kleuren met duidelijke tintverschillen
  • schade waarbij je een vrijwel onzichtbaar eindresultaat wilt

Spotrepair is dan vaak de tussenweg tussen zelf prutsen en een compleet deel overspuiten. De prijs loopt sterk uiteen per schade, kleur en paneel, dus vaste bedragen noemen heeft weinig zin. Een lakstift of kleine reparatieset is in elk geval veel goedkoper, maar ook beperkter in resultaat.

Praktische tips voor een netter eindresultaat

Een paar simpele keuzes maken veel verschil:

  • zoek altijd eerst de kleurcode op
  • bestel liever op kleurcode dan alleen op kenteken
  • ontvet zorgvuldig
  • werk in de schaduw
  • gebruik een prikker of fijn penseel voor kleine chips
  • bouw de lak rustig op
  • laat elke laag voldoende drogen
  • behandel roest direct

En misschien de belangrijkste: stop op tijd. Als de schade groter blijkt dan gedacht, wordt doorrommelen zelden mooier.

Veelgestelde vragen

Hoe vind ik de kleurcode van mijn auto?

Meestal staat die op een sticker in de deurstijl, onder de motorkap, in de kofferbak of in het onderhoudsboekje. Een dealer of lakleverancier kan hem vaak ook opzoeken.

Kan ik steenslag zelf bijwerken?

Ja, kleine steenslag is goed zelf te herstellen met een lakstift, mits je schoon werkt, de juiste kleur gebruikt en dunne lagen aanbrengt.

Helpt een lakstift ook tegen roest?

Alleen als je de roest eerst verwijdert. Lak over roest heen zetten werkt niet duurzaam.

Heb ik altijd primer nodig?

Nee. Alleen als de beschadiging tot op het kale metaal gaat, of bij een diepe plek waar de onderlaag weg is.

Waarom wijkt de kleur soms toch af?

Zelfs met de juiste kleurcode kan er verschil ontstaan door verouderde lak, zonverbleking, productkwaliteit of te dikke lagen. Daarom is eerst testen verstandig.